banner.jpg

Praktijktesten geven inzicht in uitwerkingsrisico’s van CE en effectiviteit van beschermende maatregelen conform WSCS-OCE 

NIEUWSBRIEF OKTOBER 2016


Op initiatief van de VEO zijn praktijktesten uitgevoerd naar de effectiviteit van beschermende materialen en constructies die worden gebruikt bij het opsporen van CE. Hieronder een duiding van de resultaten. Klik hier voor een uitgebreide samenvatting van de aanleiding, doelstelling en uitkomsten van dit onderzoek.


Gebleken is dat de beschermende materialen zoals genoemd in bijlage 4 van het WSCS-OCE in meer of mindere mate bestand zijn tegen de uitwerking van CE tot een beperkte hoeveelheid NEM. Naarmate de NEM van CE toeneemt wordt de ‘effect beperkende’ werking echter onzekerder. Dat geldt zeker voor de ‘ruitzijde’ van materieel, waarvoor conform het WSCS-OCE polycarbonaat (transparant) als beschermend materiaal wordt toegepast. Verder blijkt de afstand van het CE tot de beschermende maatregelen fors van invloed.


Het is van belang dat betrokkenen bij het opsporingsproces een reëel beeld hebben van de effectiviteit van beschermende maatregelen. Onverminderd geldt dat bij de opsporing van CE (en ook bij de voorbereiding daarvan) alle inzet er op gericht moet zijn om het ongewenst tot werking komen van CE te voorkomen. De beschermende maatregelen zijn vervolgens bedoeld om de uitwerkingseffecten van CE bij het ongewenst tot werking komen van CE te beperken. De uitwerkingseffecten kunnen (zeker bij grotere NEM) niet volledig worden beheerst.


Bij het maken van keuzes over de uitvoering van het opsporingsproces is vereist dat in het vooronderzoek goed is onderzocht welke typen van CE kunnen worden aangetroffen. Indien voldoende vaststaat dat het gebied alleen verdacht is op CE met een geringe hoeveelheid NEM, kan meer betekenis worden toegekend aan de beschermende maatregelen en is bijvoorbeeld het toepassen van zeeftechnieken (als alternatief op in-situ benaderen) eerder verdedigbaar.


Belangrijk is om (bij de voorbereiding van het) opsporingsproces de risicomomenten waarop het CE ongewenst tot werking kan komen te identificeren en daarop gericht de maatregelen te bepalen. Primair dienen deze gericht te zijn op het voorkomen van het ongewenst tot werking komen van CE en daarna op het zoveel mogelijk en voor zover mogelijk beheersen van de uitwerkingseffecten.