banner.jpg

Deelgebieden voor certificatie

Voor het opsporen van Conventionele Explosieven zijn twee verschillende expertises noodzakelijk. In het WSCS-OCE komt dit onderscheid terug in de vorm van twee deelgebieden, namelijk:

  • deelgebied A: opsporing;
  • deelgebied B: civieltechnische ondersteuning.

 
In de eerste plaats is deskundigheid op het gebied van het vooronderzoek en de opsporing van CE vereist. Deze werkzaamheden worden door het opsporingsbedrijf uitgevoerd, waaronder wordt verstaan de: "organisatie die binnen het kader van het WSCS-OCE werkzaamheden uitvoert ten behoeve van de opsporing van Conventionele Explosieven".
 
In de tweede plaats is er de zogenoemde civieltechnische ondersteuning. Hieronder wordt verstaan: "het geheel van organisatie en uitvoering van civieltechnische activiteiten die de opsporing van Conventionele Explosieven mogelijk maken en onder eindverantwoordelijkheid van een opsporingsbedrijf worden uitgevoerd".
 
Bedrijven kunnen zich voor één of voor beide deelgebieden laten certificeren. Op projectniveau bestaan daardoor de volgende twee mogelijkheden.
 
In de eerste plaats zijn er bedrijven die zowel de explosieven deskundigheid als de civieltechnische deskundigheid ‘in huis’ hebben. Het bedrijf is in dat geval gecertificeerd voor zowel deelgebied A als B en kan hierdoor het gehele project in eigen hand uitvoeren. In de tweede plaats is het mogelijk dat een project wordt uitgevoerd in een combinatie van twee bedrijven, die ieder een expertise (deelgebied A en B) inbrengen. In het WSCS-OCE zijn voor deze situatie de wederzijdse verantwoordelijkheden beschreven. Op projectniveau worden deze vastgelegd in een combinatieovereenkomst.


Ga terug naar WSCS-OCE.